‘We worden meer wendbaar en spelen beter in op de wensen vanuit het werkveld en ‘een leven lang ontwikkelen’

V.l.n.r. Lieke Verhagen, Lisette Karssenberg, Ronald van Elst, Ingrid Dirksen en Frank van Nispen

Bij de opleidingen Pedagogisch Werk en Onderwijsassistent werken docenten in ontwikkelteams aan de flexibilisering van het onderwijs. In gesprek met ontwikkelaars en docenten Ingrid Dirksen, Ronald van Elst, Frank van Nispen, Lisette Karssenberg en Lieke Verhagen vertellen zij over de aanpak bij Welzijn, de impact op het onderwijs en de student en hoe zij hierin samenwerken met de praktijkinstellingen.

Baas over eigen leerproces
Lieke: ‘Op dit moment staat het curriculum vast: iedere student weet hoe zijn periode eruit ziet, wat de inhoud van iedere les is en dat is niet meer van deze tijd. De achtergrond van de studenten is heel divers: ze komen van de pabo, vmbo kader of havo/mavo. In het onderwijs nemen we nu niet hun ervaring mee.’ Frank: ‘In het nieuwe flexibele onderwijs staat eigenaarschap centraal: de student moet dit ontwikkelen en leren om zelf keuzes te maken, zodat hij ‘baas’ is over het eigen leerproces.’ Lieke vult aan: ‘In het vernieuwde onderwijs stimuleren we zo meer initiatief bij de student.’ ‘Dat is een uitdagende omslag; het onderwijs verschuift van aanbodgericht naar ook meer vraaggericht en dat vraagt om verandering,’ aldus Frank. Lisette: 'Het wordt voor ons docenten ook een uitdaging om de studenten hierin te begeleiden en meer in actiestand te krijgen.'

Certificeerbaar
Ronald: ‘We merken dat de studenten behoefte hebben aan meer eigen regie. Daarnaast stelt het nieuwe onderwijs ons ook in staat certificeerbare eenheden te leveren. Maar op de eerste plaats is het relevant voor student en praktijk.’ Ingrid: ‘Met dit onderwijs zijn we flexibel. Het is opgebouwd met heldere bouwstenen: de beroepsthema’s en de keuzelessen. Dit maakt het ook mogelijk wendbaar te zijn en in te spelen op de wensen vanuit het werkveld en ‘een leven lang ontwikkelen’.

Intrinsieke motivatie
Lieke: ‘Bij de BOL-opleiding zie je dat studenten afhankelijk zijn van de docenten. In het nieuwe onderwijs stimuleren we nieuwe eigenschappen bij de student, zodat ze ook goed in hun werk komen te staan. Verantwoordelijkheid nemen voor eigen leerproces is er daar één van.’ Frank vult aan: ‘We sluiten nu ook meer aan bij intrinsieke motivatie. Doordat ze hun eigen leerpad vormgeven, zelf keuzes maken, wordt er meer beroep gedaan op de eigen motivatie. Dat kan bij de keuzelessen. Zo groeien studenten in hun professionele houding.’ Lisette: 'Het is fijn dat studenten straks een keuze hebben. De een zal alles volgens de vaste volgorde willen doen, maar de ander wil graag zelf een route bepalen en eventueel versnellen. Door deze nieuwe manier van werken zal dat mogelijk worden.'

Formatief
‘De docent wordt meer een coach: hij gaat minder zenden en meer begeleiden. Hij coacht studenten ook in de keuzes die ze maken,’ aldus Lieke over de rol van de docent. Frank: ‘De docenten moeten de studenten stimuleren meer uit hun schulp te komen. Studenten moeten leren om vragen te durven stellen.’ Lieke: ‘Voortgang en beoordeling gaan via formatief handelen, er zijn geen kennistoetsen meer, studenten onderbouwen waarom ze bepaalde keuzes maken.’ Frank: ‘Aan de hand van feedup, feedback en feedforward weten de studenten waar ze aan toe zijn en wat ze moeten ze kunnen en kennen om klaar te zijn voor het examen.’ Lisette: 'Op deze manier willen we loskomen van de cultuur waarin alles draait om cijfers. Bij onze huidige studentenpopulatie ervaren we steeds vaker dat studenten alleen gericht zijn op het eindproduct en vergeten dat ze aan het leren en ontwikkelen zijn.'

Studentarena
Op de vraag hoe ze de docenten meenemen in de onderwijsvernieuwing vertelt Lieke: ‘Dat gaat via LeerKRACHT, dat is de tool waarbij wij als docenten al een aantal jaar samenwerken. Vanuit het ontwikkelteam delen we hierin de beroepsthema’s: waar we staan, wat we doen en hoe we het doen. Daarnaast delen we kennisclips. Zo kunnen de docenten zich goed voorbereiden op het nieuwe onderwijs en wat het van hen vraagt.’ Ronald: ‘We zorgen ook voor kruisbestuiving tussen de docententeams van Utrecht en Amersfoort. Daar ontstaat een gezamenlijke deler.’ Ingrid vult aan: ‘We nemen docenten ook mee aan de voorkant. We bespreken de stappen die we zetten en ook in de ontwerp- en ontwikkelfase denken en doen docenten actief mee. Met het ontwikkelteam en de onderwijsontwikkelaars kijken we ook goed naar wat we met elkaar moeten gaan doen om succesvol te kunnen implementeren. We werken ook met een padlet, zo kan een ieder alles gebundeld bekijken. Lieke: ‘De docententeams zijn kritisch, maar begrijpen de urgentie. Ze vinden het een mooi onderwijsconcept dat voor student én docent goed werkt. Het is met en voor elkaar!’ Frank: ‘We gaan het onderwijs ook aan de huidige studenten voorleggen in studentarena’s. Hun perspectief meenemen is heel belangrijk, dat is verrijkend voor het onderwijs.’

Levensechte casuïstiek
Ingrid: ‘We nemen casuïstiek vanuit de praktijk mee in het onderwijs. Voor de student is het dan direct helder waarvoor hij iets moet leren. Het geeft context.’ Ronald: ‘Nu is het soms onduidelijk wanneer en waarvoor een student examen doet. In het nieuwe onderwijs is het einddoel helder en dat geeft ook helderheid in de examinering. De WHY van het leren wordt duidelijk.’ Ingrid: ‘Deze manier van opleiden biedt ook de mogelijkheid binnen de opleiding te verdiepen en verbreden. Zo worden studenten zowel vakspecialistisch en vakoverstijgend opgeleid.’ Ronald: ‘Het is zo belangrijk dat de praktijk verbonden blijft, dat we het onderwijs echt in nauwe samenwerking met elkaar doen. Dat levert het beste resultaat: de beroepsprofessional die de praktijk nodig heeft.’ Lisette: 'De veranderende rol van de verschillende beroepen waar wij voor opleiden is voor ons onderwijs van groot belang, een pedagogisch medewerker of onderwijsassistent kan in verschillende organisaties ook verschillende rollen hebben. Wij willen dat onze studenten daarop voorbereid worden, daarom gaan ze met die verschillende rollen aan de slag gedurende hun opleiding. De casuïstiek zal hier zoveel mogelijk bij aansluiten.'

Samenwerking
Ingrid: ‘Belangrijke pijler is ‘studentsucces’ en dat realiseren we in dit nieuwe onderwijs onder meer via de beroepsthema’s. Studenten ervaren daarin studeersucces, omdat ze beter weten waar ze aan toe zijn en waarom ze iets moeten leren. Ook wordt de student meer gestimuleerd tot samenwerken en krijgt hij een brede blik op het beroepsbeeld. Door onze nauwe samenwerking met het werkveld is er een goede begeleidingsstructuur: de driehoek praktijk, student en school. Daar staat centraal welke begeleiding het beste werkt bij welke student.’ Ronald vult aan: ‘Het is ook mooi om het enthousiasme te ervaren van onze praktijkinstellingen: iedereen biedt zich aan om mee te denken!’ Lisette: 'Het werkveld ziet zo wat een onderwijsassistent of pedagogisch medewerker kan betekenen en de student wordt op waarde geschat. Dat zorgt voor een win-win situatie.'

 

27 januari 2021
Welzijn College

Heb je vragen?

Studiekeuzevragen? Vraag het ons voorlichtingscentrum: